ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd verlaagd. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen uitnodiging voor de zitting had ontvangen en dat de postbezorging in Suriname anders is dan in Nederland.
De Raad stelde vast dat de uitnodiging wel tijdig was verzonden en dat er geen aanwijzingen waren dat appellante deze niet had ontvangen. Wel oordeelde de Raad dat de rechtbank de hoorplicht uit artikel 8:56 Awb Pro had geschonden doordat appellante niet de gelegenheid had gekregen haar standpunt toe te lichten, waardoor de uitspraak niet rechtsgeldig tot stand was gekomen. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank.
De Raad bekeek vervolgens de inhoudelijke vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Gezien de overschrijding van de bezwaartermijn en het ontbreken van bijzondere omstandigheden achtte de Raad het hoger beroep ongegrond. De zaak werd zonder terugwijzing afgedaan en het betaalde griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.