ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant, een voormalig houtbewerker, kreeg een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, die in 2008 werd herzien naar minder dan 15%, waarna deze werd ingetrokken. Na bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 25 tot 35%, maar de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische situatie onveranderd of verslechterd was, met een neurochirurgische verklaring over ernstige rugklachten. Het UWV handhaafde echter het eerdere standpunt op basis van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV. Er is geen aanleiding om de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts onjuist te achten. De medische gegevens en aanvullende verklaringen bieden geen grond voor aanpassing van de functionele mogelijkhedenlijst. Appellant wordt geacht de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te kunnen vervullen.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.