ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant had een WAO-uitkering die per 16 maart 2009 werd ingetrokken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist was vastgesteld en het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was verlopen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn pijn- en vermoeidheidsklachten onvoldoende waren meegewogen en beriep zich op de Maoc-richtlijn, die stelt dat ook klachten zonder objectieve lichamelijke afwijkingen kunnen worden meegewogen. De Raad oordeelde echter dat de medische gegevens geen aanleiding gaven om de beperkingen ernstiger te achten dan in de FML was opgenomen en dat de eigen beleving van appellant geen grond was voor verdere beperkingen.
Verder werd in hoger beroep een functie vervallen verklaard, maar de overige functies bleven passend en voldoende om de schatting van arbeidsongeschiktheid te baseren. De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de strenge criteria van de Maoc-richtlijn en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.