ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen. Het UWV had op 17 februari 2009 het verzoek afgewezen en het bezwaar hiertegen op 20 augustus 2009 ongegrond verklaard. Appellant stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn energetische beperkingen en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgelegd in de FML. Ook uit de aanvullende medische stukken kwam geen nieuwe grond naar voren die aanleiding gaf tot een andere beoordeling. De Raad vond dat er geen reden was om een urenbeperking toe te kennen, omdat de verzekeringsartsen dit voldoende hadden gemotiveerd.
Daarnaast werd overwogen dat de arbeidskundige beoordeling juist was en dat appellant in staat werd geacht de werkzaamheden van de voorgehouden functies te verrichten. De Raad concludeerde dat de belasting van deze functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens juiste vaststelling van beperkingen en afwezigheid van urenbeperking.