ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, die sinds 1995 een WAO-uitkering ontvangt wegens rugklachten, werd herbeoordeeld op basis van medische en arbeidskundige rapporten. De mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 35 en 45%, na eerdere schattingen van 80 tot 100%.
Diverse medische onderzoeken en arbeidsdeskundige rapporten, waaronder die van artsen Bieze, Stout en Deitz, en arbeidsdeskundigen Van Tuijl, Ekkelenkamp en Strijbos, werden gewogen. De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld en gemotiveerd, ondanks verschillen met eerdere beoordelingen uit 1996.
Appellant voerde aan dat de beperkingen ten aanzien van zitten en afwisseling van houding niet juist waren meegenomen en verzocht om benoeming van een medisch deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om het UWV-besluit te wijzigen of een deskundige te benoemen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering van appellant naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.