ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag wegens niet gemeld inkomen echtgenoot zelfstandige
Appellante ontving een toeslag op haar WAZ-uitkering, gebaseerd op het inkomen van haar echtgenoot. Toen de echtgenoot als zelfstandige ging werken, meldde appellante dit niet aan het UWV. Na onderzoek herzag het UWV de toeslag met terugwerkende kracht en vorderde onverschuldigde bedragen terug. Appellante stelde dat het UWV haar onterecht had misleid en dat terugvordering in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad overwoog dat het UWV geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan over de toeslag na 2006 en dat appellante redelijkerwijs had moeten weten dat wijzigingen in het inkomen gemeld moesten worden. De beleidsregels van het UWV, die terugwerkende herziening toestaan tenzij het voor de verzekerde niet duidelijk was dat toeslag onterecht was, zijn consistent toegepast.
Er was geen dringende reden om van terugvordering af te zien; appellante had geen medische of financiële onderbouwing voor haar klachten of onaanvaardbare gevolgen. Ook bestaat geen bevoegdheid om het terugvorderingsbedrag te matigen zonder dringende reden. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken die de terugvordering en herziening van de toeslag handhaafden.
Uitkomst: De terugvordering van de toeslag wegens niet gemeld inkomen van de echtgenoot wordt bevestigd zonder matiging of afzien van terugvordering.