ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6438
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning maatschappelijke opvang aan moeder en kind zonder verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM
Verzoekers, een moeder en haar minderjarige zoon met de Ghanese nationaliteit, werden geconfronteerd met een ontruimingsprocedure door hun woningstichting. Hun aanvragen voor een verblijfsvergunning werden afgewezen, maar de rechtbank verklaarde hun beroep gegrond en verbood uitzetting tot vier weken na beslissing op bezwaar. Het College weigerde maatschappelijke opvang vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel en stelde dat geen schrijnende omstandigheden aanwezig waren.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker, als kwetsbaar kind, bijzondere bescherming geniet onder artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor privé- en gezinsleven waarborgt. Het onthouden van opvang zou de fysieke en psychische integriteit van het kind ernstig schaden en de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid belemmeren. Ook verzoekster, de moeder, moet opvang ontvangen om haar zorg- en opvoedingstaken te kunnen vervullen.
Gezien de spoedeisendheid vanwege de ontruimingsdatum van 1 juni 2011 en de schadelijke gevolgen van uitstel, werd het College verplicht maatschappelijke opvang te realiseren vanaf die datum. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het College is verplicht maatschappelijke opvang te bieden aan moeder en kind vanaf 1 juni 2011 op grond van artikel 8 EVRM.