ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6902
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- H.C.P. Venema
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om voorzieningen op grond van de Wuv en Wubo wegens ontbreken van relevante feiten
Appellante, geboren in 1942 in het voormalig Nederlands-Indië, verzocht in 2008 om erkenning en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo). De Pensioen en Uitkeringsraad wees deze verzoeken af, waarna appellante beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft onderzocht of appellante voldoet aan de criteria voor erkenning onder de Wuv, welke vereist dat sprake is van vervolging door de vijandelijke bezetter met vrijheidsberoving. Uit het sociaal rapport bleek dat appellante nooit geïnterneerd is geweest, hetgeen niet werd betwist. Hierdoor werd het beroep op de Wuv ongegrond verklaard.
Ten aanzien van de Wubo stelde appellante dat zij letsel had opgelopen door een duw van een Japanner en dat zij en haar zusje slachtoffer waren van aanrandingen tijdens de Bersiap-periode. De Raad oordeelde dat deze gebeurtenissen niet objectief bevestigd konden worden en onvoldoende verband hielden met oorlogscalamiteiten zoals bedoeld in de Wubo. Ook de ontberingen en gedragsveranderingen van haar vader werden niet als calamiteiten erkend.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de verzoeken om voorzieningen op grond van de Wuv en Wubo worden afgewezen.