ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7131

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-5166 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant

Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagde van 55-65% naar 15-25%.

De rechtbank Haarlem oordeelde dat het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen van appellant onvoldoende waren vastgesteld. Het door appellant ingebrachte rapport was slechts gebaseerd op dossierstudie en niet op eigen onderzoek.

In hoger beroep herhaalde appellant grotendeels zijn eerdere standpunten zonder nieuwe medische gegevens te overleggen. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat dit geen aanleiding gaf om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de uitspraak.

De Raad wees tevens een proceskostenveroordeling af en handhaafde de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 juni 2011.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.

Uitspraak

10/5166 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 6 augustus 2010, 08/7777 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 1 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I. Roordink-Wester, werkzaam bij CNV Vakmensen te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend, met daarbij gevoegd een rapport van een bezwaarverzekeringsarts van 21 december 2010, en heeft nadien nog een reactie van een bezwaararbeidsdeskundige van 22 december 2010 ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2011. Appellant en mr. Roordink-Wester zijn, met schriftelijk bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 20 maart 2007, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van
5 november 2008 (hierna: bestreden besluit), heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, met ingang van 21 mei 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak, kort samengevat, overwogen dat het medisch onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsarts en de neerslag daarvan in de medische rapporten volledig en voldoende zorgvuldig is geweest en dat er geen aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat er onvoldoende beperkingen bij appellant zijn vastgesteld. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat het van de zijde van appellant ingebrachte rapport van 4 februari 2009 van medisch adviseur mr. drs. J.F.G. Wolthuis enkel is gebaseerd op dossierstudie en niet op eigen onderzoek van appellant. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat, uitgaande van de juistheid van de medische beperkingen, de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn. Nu dit laatste pas in beroep voldoende inzichtelijk is gemotiveerd heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met instandlating van de rechtsgevolgen.
3. De Raad oordeelt als volgt.
3.1. De Raad stelt vast dat het hoger beroep zich richt tegen de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in grote lijnen een herhaling van hetgeen in beroep naar voren is gebracht en is niet met nieuwe medische gegevens onderbouwd. Dit heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.
3.2. Gelet op het voorgaande komt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.
4. De Raad acht geen termen aanwezig om te komen tot een proceskostenveroordeling ingevolge artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2011.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) N.S.A. El Hana.
IvR