ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7146
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- H.C.P. Venema
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgings- en burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wuv en Wubo
Appellant, geboren in 1935 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg erkenning aan als vervolgingsslachtoffer (Wuv) en burger-oorlogsslachtoffer (Wubo) met bijbehorende uitkeringen en toeslagen. Hij baseerde zijn verzoek op ervaringen tijdens de Japanse bezetting, waaronder verblijf in opvoedingsgestichten onder Japans beheer, seksueel misbruik door een Japanse officier, en getuige zijn van geweld tijdens de Bersiap-periode.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvragen af omdat het verblijf in de Soekaboemische Opvoedings Gestichten niet als vervolging kon worden aangemerkt en de overige gebeurtenissen niet voldoende waren bevestigd. Medische rapporten concludeerden dat er geen psychiatrische stoornissen waren die verband hielden met het vermeende seksueel misbruik.
De Raad volgde deze standpunten en oordeelde dat de gebeurtenissen niet objectief waren bevestigd en dat de medische gegevens geen psychische klachten op het niveau van een psychiatrische ziekte toonden. De beroepen werden ongegrond verklaard. De Raad liet de mogelijkheid open voor een nieuwe aanvraag bij toename van psychische klachten.
Tot slot wees de Raad een vergoeding van proceskosten af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvragen voor erkenning als vervolgings- en burger-oorlogsslachtoffer worden afgewezen.