ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering volledige ontheffing arbeidsverplichtingen WWB wegens medische beperkingen
Appellanten, bijstandontvangers sinds 2003, maakten bezwaar tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage van 27 april 2009. Dit besluit stelde dat appellante geschikt is om drie dagdelen van vier uur lichte werkzaamheden te verrichten, rekening houdend met haar medische beperkingen en met een regeling voor woon-werkverkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat volledige ontheffing van de arbeidsverplichtingen op grond van artikel 9, eerste lid, van de WWB had moeten worden verleend. De Raad baseerde zich op het sociaal-medisch advies van de GGD Den Haag, waarin werd vastgesteld dat appellante beperkingen heeft in gebruik van haar rechterarm en schouder, rug- en voetklachten, en dat zij lichte werkzaamheden met één hand kan verrichten.
De Raad oordeelde dat het College terecht het besluit had genomen en dat de medische rapporten van appellanten onvoldoende aanknopingspunten boden om het advies van de GGD te weerleggen. Ook werd geoordeeld dat de eisen voor arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen in de WWB anders zijn dan die in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het College om appellante volledige ontheffing van arbeidsverplichtingen te verlenen.