ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, voormalig productiemedewerker, kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken per 13 november 2007 omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank Utrecht vernietigde een eerdere beslissing van het UWV wegens onvoldoende onderzoek naar medische gegevens, met name over een dysthyme stoornis. Het UWV verrichtte aanvullend onderzoek, maar ontving geen informatie van de RIAGG en slechts een intakegesprek van Altrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond, omdat het onderzoek voldoende zorgvuldig was en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) passend was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende moeite had gedaan om informatie te verkrijgen en dat zijn beperkingen, vooral op persoonlijk functioneren, onvoldoende waren meegenomen. Tevens verzocht hij om een deskundigenonderzoek.
De Raad oordeelde dat het UWV had voldaan aan de opdracht van de rechtbank en dat de medische grondslag zorgvuldig was. De brief van Altrecht bevestigde dat slechts een intakegesprek had plaatsgevonden. De FML bevatte beperkingen passend bij een aanpassingstoornis met depressieve kenmerken. Er was geen objectief-medische onderbouwing voor de door appellant bepleite extra beperkingen of urenbeperking. De Raad zag geen reden voor een deskundigenonderzoek en bevestigde dat appellant in staat was de aangeduide functies te vervullen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsbeperkingen.