ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7773

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2906 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere onherroepelijke uitspraak van 21 september 2009 betreffende een WAO-zaak. Dit verzoek is gedaan op grond van vermeende nieuwe feiten of omstandigheden.

Tijdens de zitting op 4 mei 2011, waar verzoeker niet aanwezig was, heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zich laten vertegenwoordigen. De Raad heeft overwogen dat het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet.

De Raad benadrukt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening slechts kan worden toegepast indien aan de strikte voorwaarden van nieuwe feiten of omstandigheden wordt voldaan. Omdat verzoeker deze niet heeft aangevoerd, wordt het verzoek afgewezen. Er worden geen proceskosten aan de zijde van verzoeker toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/2906 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te Marokko (hierna: verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 september 2009, 09/2591 WAO + 09/3875 WAO-VV (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft bij schrijven van 11 mei 2010, aangevuld met de brief van 13 december 2010, verzocht om herziening van de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een reactie hierop gegeven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2011. Verzoeker is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.1. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om herziening geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb.
2.2. Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening is naar vaste rechtspraak van de Raad niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, juncto artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken uitspraak te openen. Al hetgeen verzoeker heeft aangevoerd om een hernieuwde discussie als hiervoor bedoeld te openen dient mitsdien buiten bespreking te blijven.
2.3. Het verzoek om herziening dient gelet op hetgeen is overwogen in 2.1 en 2.2 te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2011.
(get.) J. Brand.
(get.) T.J. van der Torn.
TM