ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Beslissing over terugwerkende kracht bijstandsuitkering en herhaalde aanvraag
Appellante, een alleenstaande minderjarige asielzoeker met een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht, verzocht om bijstand met terugwerkende kracht vanaf verschillende data. Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven kende bijstand toe vanaf 4 juni 2007, maar wees eerdere perioden af. De rechtbank vernietigde deels eerdere besluiten vanwege onvoldoende motivering, waarna appellante in hoger beroep ging.
De Raad oordeelde dat voor een herhaalde aanvraag geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. Voor de periode van 29 maart 2007 tot 4 juni 2007 was er geen bijzondere omstandigheid die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigde, omdat appellante door derden in de noodzakelijke kosten was voorzien zonder schuld.
Voor de periode van 27 augustus 2006 tot 29 maart 2007 werd vastgesteld dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in haar noodzakelijke kosten had voorzien zonder schulden aan derden. De Raad vernietigde het eerdere besluit van de rechtbank dat zich ten onrechte onthield van inhoudelijke toetsing voor deze periode.
Het beroep tegen het besluit voor deze periode werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het College werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2011.
Uitkomst: Het beroep van appellante op bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen.