ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen, waarin zijn bezwaar tegen een besluit van het UWV niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift.
Tijdens de zitting was appellant niet aanwezig, terwijl het UWV werd vertegenwoordigd. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen nieuwe argumenten had ingebracht die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen en dat de rechtbank de zaak voldoende en gemotiveerd had beoordeeld.
Het verzoek van appellant om het UWV strafrechtelijk te vervolgen werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet relevant was voor het bestuursrechtelijke geschil. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd niet toegepast omdat geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; het hoger beroep wordt afgewezen.