ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks gescheiden inschrijving
Betrokkene 1 ontving bijstand als alleenstaande, maar na een onderzoek van de sociale recherche werd geconcludeerd dat zij samen met betrokkene 2 een gezamenlijke huishouding voerde. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten.
De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat zij oordeelde dat de verklaring van betrokkene 1 onvoldoende was en dat zij niet zonder meer aan haar verklaring kon worden gehouden, mede vanwege haar achtergrond en het feit dat zij jarenlang bijstand had ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat de feitelijke woonsituatie en de verklaring van betrokkene 1, waarin zij aangeeft een relatie te hebben en feitelijk samen te wonen met betrokkene 2, doorslaggevend zijn. De Raad acht de onderzoeksbevindingen toereikend en bevestigt dat sprake is van een gezamenlijke huishouding.
De Raad wijst het beroep van betrokkene 1 af en verklaart de beroepen tegen de besluiten van 28 augustus 2008 ongegrond. De besluiten van 25 augustus 2009 worden vernietigd omdat de grondslag daarvoor is komen te vervallen. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand aan betrokkene 1 wordt bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met betrokkene 2.