ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9163
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant betaalde het griffierecht pas na afloop van de termijn en had geen verzoek om uitstel van betaling ingediend.
In het verzet stelde appellant dat hij door omstandigheden niet in staat was om tijdig te betalen. De Raad oordeelde echter dat dit onvoldoende was omdat appellant zich niet vóór het verstrijken van de betalingstermijn tot de Raad had gewend met een verzoek om uitstel, en er geen bewijs was dat hij daartoe niet in staat was.
De Raad verklaarde het verzet ongegrond en besloot het te laat betaalde griffierecht terug te betalen aan appellant. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 7 juni 2011.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.