ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en niet-verblijf op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand op basis van een opgegeven woonadres binnen de gemeente. Na onderzoek bleek dat appellant vanaf 1 mei 2007 niet meer op dat adres verbleef en zijn inlichtingenplicht had geschonden door dit niet tijdig te melden. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank vernietigde het besluit van het College wegens het ontbreken van een belangenafweging en verwees terug voor een nieuw besluit. Het College nam een nader besluit dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hij zijn inlichtingenplicht niet had geschonden en dat het College had moeten onderzoeken of er dringende redenen waren om niet tot intrekking over te gaan.
De Raad oordeelde dat appellant geen procesbelang had in hoger beroep omdat het nader genomen besluit niet tegemoet kwam aan zijn belangen. De Raad stelde vast dat appellant de wijziging van zijn woonadres niet had gemeld op de daarvoor bestemde formulieren en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken. Dringende redenen of bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken waren niet aannemelijk gemaakt. Het beroep tegen het nader genomen besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nader genomen besluit wordt ongegrond verklaard.