ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek toeslag bij woningdeling in bijstand
Appellante ontving bijstand met een toeslag van 20%, die bij besluit van 20 januari 2005 werd verlaagd naar 10% vanwege het inwonen van haar meerderjarige dochter. Appellante verzocht later om herziening van dit besluit, stellende dat haar dochter feitelijk niet over haar inkomen kon beschikken omdat dit werd beheerd door het Bureau Inkomens Beheer.
De Raad stelde vast dat het oorspronkelijke besluit rechtens onaantastbaar was geworden en dat het Dagelijks Bestuur het verzoek om herziening inhoudelijk had beoordeeld zonder tot een andere uitkomst te komen. Volgens artikel 4:6 Awb Pro kan een bestuursorgaan een eerder besluit heroverwegen, maar de rechter toetst slechts aan de hand van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De Raad oordeelde dat het feit dat de dochter niet over haar inkomen kon beschikken weliswaar nieuw was, maar niet relevant voor de toeslaghoogte volgens de Toeslagenverordening WWB, die uitgaat van woningdeling bij inwonend niet ten laste komend kind, ongeacht feitelijke kostenverdeling.
Daarom was het besluit van het Dagelijks Bestuur om de toeslag niet te verhogen niet onredelijk of in strijd met rechtsregels. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toeslagverlaging blijft gehandhaafd.