ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet nakomen oproepen voor gesprekken
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf in mei 2008 aan niet meer op haar opgegeven woonadres te verblijven vanwege afgesloten nutsvoorzieningen. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) startte een onderzoek naar haar woonsituatie en nodigde haar uit voor gesprekken op 5 en 9 juni 2008. Appellante verscheen niet op deze afspraken, waarop het College het recht op bijstand opschortte en later introk.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de oproepen niet tijdig had ontvangen omdat zij niet meer op het opgegeven adres verbleef en dat zij op 2 juni 2008 nog op het kantoor van de DWI was geweest, waar volgens haar naar haar verblijfplaats had moeten worden geïnformeerd.
De Raad oordeelde dat appellante nalatig was in het doorgeven van een bereikbaar adres en dat het niet tijdig ontvangen van de oproepen voor haar risico kwam. Het gesprek op 2 juni 2008 betrof haar arbeidsverplichtingen en niet haar woonsituatie, waardoor het College niet onzorgvuldig handelde. Gezien de wettelijke verplichtingen van appellante tot mededeling van relevante feiten, was het opschorten en intrekken van de bijstand terecht.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet verschijnen op oproepen wordt bevestigd.