ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding bezwaartermijn
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om de bijstandsuitkering over een periode van ruim drie jaar terug te vorderen en in te trekken. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend, mede doordat het poststuk door een onjuiste adressering was geretourneerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat de latere verzending per fax en koerier binnen een dag na afloop van de termijn als voortzetting van de postzending moest worden gezien en beriep zich op de doorzendplicht van artikel 6:15 Awb Pro. De Raad oordeelde echter dat het bezwaarschrift niet tijdig ter post was bezorgd en dat de doorzendplicht niet van toepassing was omdat het bestuursorgaan het poststuk niet had ontvangen.
De Raad verwierp het beroep op eerdere jurisprudentie over onvoldoende frankering en bevestigde de vaste rechtspraak dat de overschrijding van de bezwaartermijn voor rekening en risico van appellant komt. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn wordt bevestigd.