ECLI:NL:CRVB:2002:AF2958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens onvoldoende frankering en termijnoverschrijding
Appellant diende een bezwaarschrift in tegen een besluit van 28 juli 1997 van het UWV, dat hem een uitkering had geweigerd. Het bezwaarschrift werd op 4 september 1997 verzonden, maar de interne postdienst van gedaagde accepteerde het niet vanwege onvoldoende frankering. Een tweede, wel voldoende gefrankeerde verzending kwam te laat binnen de wettelijke termijn van zes weken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en vernietigde het bestreden besluit van 30 november 1998. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek en stelde vast dat het bezwaarschrift bij eerste verzending niet voldeed aan de vereiste frankering, waardoor het niet als tijdig ingediend kon worden beschouwd.
Appellants verweer dat gedaagde gewoonlijk ook onvoldoende gefrankeerde stukken accepteert en dat daardoor het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard mocht worden, werd verworpen. De Raad oordeelde dat de wettelijke regels en vaste jurisprudentie, waaronder een arrest van de Hoge Raad uit 1996, voorrang hebben en dat het risico van onvoldoende frankering voor rekening van appellant komt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens niet tijdige indiening en onvoldoende frankering, en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende frankering en termijnoverschrijding.