ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.J.M. Heijs
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellant ontving vanaf november 2004 bijstand van het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen. Na meldingen dat appellant niet woonde op het opgegeven adres, stelde het College een onderzoek in waarbij huisbezoeken en getuigenverklaringen werden verzameld. Op basis hiervan trok het College bijstandsuitkering met ingang van 1 mei 2006 in.
Appellant voerde aan dat de intrekking niet kon gelden voor de periode van 1 tot 30 mei 2006 vanwege eerdere onherroepelijke uitspraken en beriep zich op het ne bis in idem-beginsel. De Raad oordeelde dat dit beginsel niet van toepassing is omdat intrekking geen bestraffende sanctie is maar een herstelmaatregel. Ook stelde appellant dat het besluit vooringenomen was en dat verklaringen van buurtbewoners niet betrouwbaar waren, maar de Raad vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid en achtte de verklaringen betrouwbaar.
De Raad concludeerde dat appellant niet woonde op het opgegeven adres gedurende de relevante periode en dat hij zijn inlichtingenverplichting schond. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was het College bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.