ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde bij besluit van 5 oktober 2009 vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Arnhem ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat zijn beperkingen waren onderschat en dat onterecht geen urenbeperking was aangenomen. Ook stelde hij dat het dagverhaal onjuist was weergegeven en dat het ontbreken van een handtekening onder het verzekeringsgeneeskundig rapport tot een nieuw besluit moest leiden.
De Raad overwoog dat het ontbreken van een handtekening geen wettelijke vereiste is voor besluitvorming door het UWV. Tevens oordeelde de Raad dat eventuele gebreken in het primaire onderzoek waren hersteld bij het bezwaaronderzoek. Appellant overlegde geen nieuwe medische gegevens waaruit een grotere beperking bleek. De Raad bevestigde dat appellant de geduide functies kan vervullen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.