ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende geschiktheid functies en toekenning schadevergoeding redelijke termijn
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden die het besluit tot weigering van een WIA-uitkering vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat de geschiktheid van bepaalde functies voor betrokkene onvoldoende was gemotiveerd, waardoor te weinig functies resteren om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de functies van inpakker wel geschikt waren, mede ondersteund door een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige. Betrokkene handhaafde zijn standpunt dat hij deze functies niet kan verrichten en verzocht tevens om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat de twijfel over het handelingstempo bij de functies van inpakker niet was weggenomen door het aanvullende rapport en bevestigde daarmee de vernietiging van het besluit. Wel achtte de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat nieuwe passende functies waren bijgeduid en de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op minder dan 35%.
Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn stelde de Raad vast dat de procedure meer dan vijf jaar had geduurd, wat niet gerechtvaardigd was. De Raad kende daarom een schadevergoeding toe van €1.500,- en veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juni 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en laat de rechtsgevolgen in stand, kent een schadevergoeding toe van €1.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.