ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin het beroep tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen, ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat zijn rug- en psychische klachten onderschat waren en dat hij daardoor meer beperkt zou zijn in het verrichten van arbeid dan het UWV had aangenomen. Hij verzocht tevens om een nader deskundig onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek om een nader deskundig onderzoek afgewezen en is uitgegaan van de juistheid van de vastgestelde medische beperkingen zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst van 23 juni 2009. De Raad heeft de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige meegewogen en geoordeeld dat de functies waarop het bestreden besluit is gebaseerd, medisch en arbeidskundig geschikt zijn voor appellant.
De Raad heeft geen aanleiding gezien om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigt de eerdere uitspraak dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.