ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank Rotterdam had dit beroep reeds ongegrond verklaard, waarbij het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV als zorgvuldig en juist werd beoordeeld.
In hoger beroep heeft appellante haar stellingen herhaald en aanvullende medische stukken overgelegd, stellende dat haar beperkingen zijn onderschat en dat de geduide functies niet passend zijn. De Raad heeft de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige bestudeerd, evenals de aanvullende medische informatie, waaronder MRI-scans.
De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante ruim zijn meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De Raad acht de geduide functies passend binnen haar belastbaarheid en ziet geen aanleiding om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts te betwijfelen.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep het eerdere oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.