ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid verrekening vakantietoeslag met openstaande vordering
Appellant ontving bijstand en verzocht om uitbetaling van vakantietoeslag over 2002/2003. Het College had deze toeslag niet uitgekeerd maar verrekend met een openstaande vordering. Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekening, waarop het College niet inhoudelijk besliste. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad oordeelt dat de brief van het College die de verrekening aankondigde een besluit met rechtsgevolg is en dat dit besluit niet op de juiste wijze bekend is gemaakt, waardoor het bezwaar tijdig is ingediend. De Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraak en beoordeelt het bezwaar inhoudelijk.
De Raad volgt het College in het standpunt dat verrekening van vakantietoeslag met openstaande vorderingen standaardbeleid is, tenzij dringende redenen zich voordoen. Appellant heeft geen dringende redenen of rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel kunnen aantonen. Ook is niet aannemelijk dat de lening ten tijde van verrekening was afgelost. Daarom verklaart de Raad het bezwaar ongegrond en veroordeelt het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de verrekening van vakantietoeslag met een openstaande lening wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.