ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Hij stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat er meer beperkingen bij hem moesten worden aangenomen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, omdat er geen aanleiding was om de medische beoordeling in twijfel te trekken.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en verwees naar psychische klachten en een verwijzing naar het Riagg. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dat de door appellant overgelegde medische gegevens grotendeels betrekking hadden op een tijdstip na de datum van het bestreden besluit en dat de huisartsnotitie ongedateerd en algemeen was. Er was geen bewijs dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld bij het vaststellen van de beperkingen.
De rapportages van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts gaven geen aanleiding tot twijfel aan de zorgvuldigheid van het onderzoek. Tevens was niet gebleken dat de belasting van de voorgehouden functies de belastbaarheid van appellant overstijgt. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het beroep van appellant ongegrond.