ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid tot arbeid ondanks latere MS-diagnose
Appellant verzocht herziening van het besluit uit 1996 waarbij zijn Ziektewet-uitkering werd beëindigd omdat hij niet langer ongeschikt was tot arbeid. Hij stelde dat nieuwe medische feiten, namelijk de diagnose Multipele Sclerose (MS), een herziening rechtvaardigen.
Het UWV handhaafde het oorspronkelijke besluit na een medische beoordeling, waarbij werd geconcludeerd dat destijds al voldoende rekening was gehouden met de klachten die mogelijk het gevolg waren van MS. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat de latere diagnose MS geen aanleiding geeft tot herziening omdat de klachten destijds adequaat waren meegewogen. Ook het standpunt van appellant dat hij toen niet voltijds kon werken wordt niet met objectieve medische gegevens onderbouwd.
Verder wijst de Raad het argument van vooringenomenheid van de verzekeringsarts af en benadrukt dat de medische beoordeling door meerdere deskundigen is herbeoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering blijft gehandhaafd.