ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor licht werk
Appellante had een Ziektewet-uitkering aangevraagd die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd op grond van medische geschiktheid voor haar eigen werk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en zij onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor verdergaande beperkingen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar werk als productiemedewerker bij haar werkgever zwaarder was dan aangenomen, en dat haar dienstverband wegens ziekteverzuim niet was voortgezet. De Raad oordeelde echter dat dit onvoldoende aanleiding gaf om het bestreden besluit te herzien, aangezien het ziekteverzuim en de gevolgen daarvan losstaan van de objectieve geschiktheid voor arbeid.
De Raad stelde vast dat appellante een verhoogde bloeddruk heeft, maar dat de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd hadden geconcludeerd dat zij geschikt is om haar arbeid te verrichten in een beschutte werkomgeving met beperkte werkdruk. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewet-uitkering bevestigd.