ECLI:NL:CRVB:2011:BR0147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonopgave
Appellant ontving sinds mei 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Vanaf mei 2005 stond hij ingeschreven op een adres in Nijmegen. Naar aanleiding van een fraudemelding startte het College een onderzoek, waarbij huisbezoek en verhoren plaatsvonden. Op basis van deze bevindingen besloot het College in mei 2008 de bijstand te beëindigen en terug te vorderen over de periode van februari 2007 tot mei 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege de zorg voor zijn ernstig zieke vader veel elders verbleef en dat er sprake was van miscommunicatie tijdens het onderzoek. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Dit werd bevestigd door zijn eigen verklaring, de verklaring van zijn zus en de bevindingen tijdens het huisbezoek.
Door de onjuiste opgave van zijn verblijfadres heeft appellant de wettelijke inlichtingenplicht geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De wijze van uitoefening van deze bevoegdheid werd niet bestreden. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.