ECLI:NL:CRVB:2011:BR0170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding in Wajong-zaak
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn proceskosten niet te vergoeden in een eerdere Wajong-zaak. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Raad in zijn eerdere uitspraak geen aanleiding had gezien tot vergoeding van proceskosten en dat artikel 8:75 Awb Pro het exclusieve kader vormt voor proceskostenvergoedingen, waardoor een aanvullende veroordeling op grond van artikel 8:73 Awb Pro niet mogelijk is.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV een onrechtmatige daad had gepleegd door hem niet te informeren over de mogelijkheid tot vergoeding van proceskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank deze gronden voldoende had gemotiveerd en dat het hoger beroep geen doel treft.
De Raad benadrukte dat bij de zittingsuitnodiging een proceskostenformulier wordt meegestuurd, dat appellant had kunnen gebruiken. Tevens wees de Raad op de beperking van vergoedbare kosten tot die genoemd in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad bevestigde derhalve de aangevallen uitspraak en wees het verzoek van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding.