ECLI:NL:CRVB:2011:BR0170

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-5525 Wajong
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:73 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding in Wajong-zaak

Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn proceskosten niet te vergoeden in een eerdere Wajong-zaak. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Raad in zijn eerdere uitspraak geen aanleiding had gezien tot vergoeding van proceskosten en dat artikel 8:75 Awb Pro het exclusieve kader vormt voor proceskostenvergoedingen, waardoor een aanvullende veroordeling op grond van artikel 8:73 Awb Pro niet mogelijk is.

In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV een onrechtmatige daad had gepleegd door hem niet te informeren over de mogelijkheid tot vergoeding van proceskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank deze gronden voldoende had gemotiveerd en dat het hoger beroep geen doel treft.

De Raad benadrukte dat bij de zittingsuitnodiging een proceskostenformulier wordt meegestuurd, dat appellant had kunnen gebruiken. Tevens wees de Raad op de beperking van vergoedbare kosten tot die genoemd in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad bevestigde derhalve de aangevallen uitspraak en wees het verzoek van appellant af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

10/5525 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 28 september 2010, 10/1822 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 1 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting is aan de orde gesteld op 6 juni 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellant tegen de weigering van het Uwv om de door hem gemaakte proceskosten in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Raad van 29 januari 2010 (07/6440 en 08/5033) te vergoeden.
1.2. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de Raad in zijn uitspraak van 29 januari 2010 geen aanleiding heeft gezien de proceskosten te vergoeden. Dit oordeel van de Raad staat in rechte vast. De rechtbank heeft voorts overwogen dat, gelet op het exclusieve karakter van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet op grond van artikel 8:73 van Pro de Awb een (aanvullende) veroordeling in de proceskosten kan worden uitgesproken. Het verzoek van appellant is dan ook terecht afgewezen.
2. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat sprake is van een onrechtmatige daad van het Uwv. Appellant wist niet van de mogelijkheid om zijn proceskosten vergoed te krijgen, het Uwv heeft hem daar niet op gewezen.
3.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.
3.2. De Raad voegt daar nog aan toe dat bij de uitnodiging voor de zitting een proceskostenformulier wordt meegestuurd. Appellant had dat formulier kunnen invullen en bij de Raad kunnen inleveren of kunnen opsturen. De Raad wijst er voorts op dat alleen de in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht opgenomen kostenposten voor vergoeding in aanmerking komen.
3.3. Het hoger beroep treft geen doel.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2011.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) N.S.A. El Hana.
NK