ECLI:NL:CRVB:2011:BR0473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bij niet tijdig indienen tegen intrekking bijstand
Appellant ontving bijstand sinds december 2007 en stond ingeschreven op een adres waar een zorgboerderij gevestigd was. De gemeente ontving op 31 juli 2008 een melding dat appellant sinds 3 juni 2008 niet meer op dat adres verbleef. Het College trok daarop de bijstand met ingang van 3 juni 2008 in en vorderde terugbetaling over die periode.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het College het besluit ten onrechte naar het oude adres had gestuurd en dat telefonisch contact had moeten worden opgenomen.
De Raad oordeelt dat het College aan haar bekendmakingsverplichting heeft voldaan door het besluit naar het laatst bekende adres te sturen, waar appellant volgens de GBA stond ingeschreven. Omdat appellant het College niet van zijn adreswijziging op de hoogte had gesteld, is het besluit rechtsgeldig bekendgemaakt. De termijn voor bezwaar begon te lopen op de dag na verzending. Appellant diende pas na ruim zes weken bezwaar in, waardoor de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
Bovendien had appellant in november 2008 een nieuwe aanvraag om bijstand ingediend, waarmee hij op de hoogte was van de beëindiging. Het feit dat hij daarna maanden geen actie heeft ondernomen, versterkt het oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van bijstand is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.