ECLI:NL:CRVB:2011:BR1069
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende medische motivering in WIA-uitkering
Appellant viel uit op 22 maart 2004 wegens gezondheidsklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit van 13 maart 2006 vast dat appellant geen recht had op uitkering omdat hij de wachttijd niet had voltooid. Dit besluit werd op bezwaar gehandhaafd met een gewijzigde motivering dat appellant zijn eigen werk voor 36 uur per week kon verrichten.
Appellant en zijn werkgever gingen in beroep tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling toereikend waren. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij maximaal vijf halve dagen kon werken.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat appellant ernstige medische beperkingen had, waaronder chronisch vermoeidheidssyndroom en andere aandoeningen, waardoor hij maximaal 20 uur per week kon werken. De bezwaarverzekeringsarts betwistte dit, maar de deskundige verduidelijkte haar standpunt. De Raad volgde het deskundigenoordeel en oordeelde dat het UWV-besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
De Raad vernietigde het besluit en droeg het UWV op het gebrek te herstellen door de medische grondslag in overeenstemming te brengen met het deskundigenoordeel. Tevens werd vastgesteld dat de werkgever niet ontvankelijk was in hoger beroep wegens het ontbreken van een tijdig bezwaar.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende medische motivering en het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen.