ECLI:NL:CRVB:2011:BR1072

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4805 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit dagloonregelen werknemersverzekeringenArt. 3 Besluit dagloonregelen werknemersverzekeringenArt. 6 Besluit dagloonregelen werknemersverzekeringenWet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging correcte dagloonberekening bij Ziektewetuitkering ondanks betwisting appellant

Appellant, voorheen dakdekker, ontving een Ziektewetuitkering berekend op basis van een dagloon van €9,25, vastgesteld door het UWV volgens artikel 6 van Pro het Besluit dagloonregelen werknemersverzekeringen. Appellant betwistte deze berekening, stellende dat het dagloon geen juiste afspiegeling vormde van het loon dat hij bij Randstad had verdiend als hij niet ziek was geworden.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant niet had betwist dat hij in het refertejaar geen loon had ontvangen zoals bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit en evenmin de door het UWV gehanteerde loonbedragen en dagloondagen had bestreden.

De Raad stelde vast dat het UWV de juiste toepassing van artikel 6 van Pro het Besluit had toegepast, waarbij het loon van de periode van 14 april tot 7 september 2008 werd gedeeld door het aantal dagloondagen in die periode, wat resulteerde in het vastgestelde dagloon. Het beroep van appellant faalde omdat zijn stelling niet strookte met de geldende wettelijke bepalingen.

De Raad besloot geen proceskosten toe te wijzen en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juni 2011.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het dagloon correct heeft berekend en wijst het hoger beroep van appellant af.

Uitspraak

09/4805 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 22 juli 2009, 08/2069 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 29 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.C.S. Grégoire, advocaat te Beek, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het geding 09/4806 ZW, plaatsgevonden op 18 mei 2011. Appellant en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A. Ruis. Na de zitting zijn beide zaken gesplitst, zodat in elk afzonderlijk uitspraak zal worden gedaan.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant, voorheen werkzaam als dakdekker, is van uit de situatie dat hij een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (Wwb) ontving, vanaf 14 april 2008 tot 21 april 2008 werkzaam geweest als machine-op[B.V.]bij [naam B.V.] (hierna [B.V.]). Nadien heeft hij wederom een Wwb-uitkering ontvangen en heeft hij op 7 en 8 september 2008 via Randstad uitzendbureau gewerkt als wasserijmedewerker. Op 9 september 2008 heeft hij zich ziek gemeld, terzake waarvan hem bij besluit van 3 oktober 2008, nu zijn dienstverband was beëindigd, per 11 september 2008 een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) is toegekend berekend naar een dagloon van € 9,25. Namens appellant is bezwaar gemaakt tegen dit besluit, welk bezwaar bij besluit van 10 december 2008 (hierna: het bestreden besluit) door het Uwv ongegrond is verklaard. Daarbij heeft het Uwv overwogen dat in afwijking van de hoofdregel van artikel 3 van Pro het Besluit dagloonregelen werknemersverzekeringen (hierna: het Besluit) - inhoudende dat het in het refertejaar genoten loon wordt gedeeld door 261- in de situatie van appellant toepassing moet worden gegeven aan artikel 6 van Pro het Besluit, nu appellant vanaf de aanvang van het refertejaar tot en met de laatste dag van de eerste volledige maand van dat jaar geen loon als bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit heeft ontvangen. Ingevolge artikel 6 van Pro het Besluit dient het in aanmerking te nemen loon van respectievelijk € 200,50 en € 770,90 (verdiend bij [B.V.] dan wel Randstad, in totaal € 971,40) te worden gedeeld door de in de referteperiode - ingevolge artikel 6 in Pro de situatie van appellant: 14 april 2008 tot 7 september 2008 - gelegen dagloondagen, te weten 105. Het resultaat daarvan is een dagloon van € 9,25.
2. Het namens appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep is door de rechtbank ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep is namens appellant, evenals in bezwaar en beroep, onder meer gesteld, dat bij het bepalen van het dagloon en met name bij de berekening van de in aanmerking te nemen dagloondagen uitgegaan zou moeten worden van de datum van indiensttreding bij Randstad. Het Uwv heeft volgens appellant een onjuiste toepassing gegeven aan artikel 6 van Pro het Besluit.
4.1. De Raad oordeelt als volgt.
4.2. Appellant heeft niet betwist dat hij in het refertejaar geen loon als bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit heeft ontvangen. Evenmin heeft hij de (hoogte van de) door het Uwv in aanmerking genomen loonbedragen bestreden en het aantal getelde dagloondagen uitgaande van zijn eerste werkdag bij [B.V.]. De Raad is van oordeel dat het Uwv een correcte toepassing heeft gegeven aan het Besluit en met name aan artikel 6 daarvan Pro. Hetgeen appellant terzake heeft aangevoerd doet daar niet aan af. Dit geldt met name voor de stelling dat het vastgestelde dagloon geen goede afspiegeling zou vormen van datgene wat hij bij Randstad verdiend zou hebben ware hij niet ziek geworden. Hetgeen appellant - kennelijk – beoogt, is niet in overeenstemming met de terzake geldende bepalingen.
4.3. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om een der partijen te veroordelen in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en J. Riphagen en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2011.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) M.D.F. de Moor.
KR