ECLI:NL:CRVB:2011:BR1074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake WAO-uitkering en herbeoordeling eigenrisicodrager
Appellante, een eigenrisicodrager werkgever, stelde dat het UWV ten onrechte geen besluit had genomen over de WAO-uitkering van haar werknemer na 26 april 2005. De rechtbank had dit standpunt gevolgd en het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij werd aangenomen dat geen verzoek tot herbeoordeling was gedaan.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de rechtbank onterecht aannam dat geen verzoek tot beoordeling was gedaan en vernietigt de uitspraak. Het UWV had een herziene beslissing genomen waarbij werd vastgesteld dat de werknemer in de periode van 26 april 2004 tot 23 augustus 2009 volledig arbeidsongeschikt bleef (80-100%). Dit oordeel is gebaseerd op medische rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige die geen aanwijzingen vonden voor een substantiële periode van minder arbeidsongeschiktheid.
De Raad benadrukt dat het UWV wel degelijk een controleplicht heeft, maar dat de eigenrisicodrager werkgever zelf een gemotiveerd verzoek tot herbeoordeling kan indienen. Er bestaat geen bijzondere wettelijke verantwoordelijkheid voor het UWV om zelfstandig gedurende de looptijd van de WAO-uitkering te herbeoordelen zonder concrete aanleiding. Het beroep tegen het herziene besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het herziene besluit van het UWV ongegrond.