ECLI:NL:CRVB:2011:BR1238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding met vader van erkend kind
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een melding startte het College een onderzoek naar haar woonsituatie. Uit huisbezoeken bleek dat de vader van haar erkende kind regelmatig in haar woning verbleef, een slaapkamer had ingericht en een volledige herengarderobe bezat.
Het College trok daarom de bijstand per 16 juli 2008 in wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding, stellende dat de vader zijn hoofdverblijf bij zijn moeder had.
De Raad oordeelde dat de concrete feiten, zoals de aanwezigheid van kleding, verklaringen over verblijf en het feit dat de vader slapend werd aangetroffen in de woning van appellante, voldoende grondslag boden voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding. De intrekking was daarmee terecht en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.