ECLI:NL:CRVB:2011:BR1358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering ondanks strafrechtelijk onderzoek
Appellant ontving bijstand van de gemeente Groningen van maart 2006 tot juli 2007. Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek wegens verdenking van mensenhandel, bedreiging en mishandeling, onderzocht het Samenwerkingsverband Sociale Recherche Groningen de rechtmatigheid van de bijstand. Uit het onderzoek bleek dat appellant inkomsten ontving uit de werkzaamheden van zijn vriendin in de prostitutie en giften van zijn vader. Op basis hiervan trok het College de bijstand in en vorderde de kosten terug.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellant voerde aan dat de rechtbank de uitspraak had moeten aanhouden in afwachting van hernieuwde getuigenverhoren in de strafzaak. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bestuursrechter niet gebonden is aan de strafrechtelijke procedure en dat er geen reden was om de behandeling aan te houden.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en merkt op dat appellant inmiddels hoger beroep heeft ingesteld in de strafzaak, maar de nadien afgelegde getuigenverklaringen niet in de bestuursrechtelijke procedure heeft ingebracht. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het beroep van appellant af.