ECLI:NL:CRVB:2011:BR1365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift woonvoorziening traplift
Betrokkene vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een woonvoorziening in de vorm van een traplift aan, welke door het College werd afgewezen. Betrokkene diende een bezwaarschrift in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de termijnoverschrijding wel verschoonbaar was vanwege de medische situatie van betrokkene, die in het ziekenhuis was opgenomen.
Na het overlijden van betrokkene zetten haar erven de procedure voort. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en gaf het College opdracht een nieuw besluit te nemen. Het College ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad stelde vast dat het bezwaarschrift inderdaad te laat was ingediend, maar oordeelde dat het College de termijnoverschrijding terecht niet verschoonbaar achtte.
De Raad motiveerde dat betrokkene ruim een maand voor haar ziekenhuisopname nog in staat was bezwaar te maken en dat zij gelet op haar langdurige medische situatie voorzieningen had moeten treffen om tijdige indiening te waarborgen. Ook was zij en haar echtgenoot op 1 december 2008 geïnformeerd over het voornemen tot afwijzing. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.