ECLI:NL:CRVB:2011:BR1369
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit afwijzing toekenning oorlogsschade-uitkering voor hartklachten
Appellant, gelijkgesteld met vervolgingsslachtoffer, vordert toekenning van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerder heeft de psychische klachten van appellant erkend als oorzakelijk verband houdend met de oorlogsomstandigheden, maar de hart-, rug- en beenklachten afgewezen als oorzakelijk verband met de oorlog.
Appellant betwist dit en stelt dat zijn hartklachten wel aan de oorlogsomstandigheden zijn toe te schrijven en dat de uitkering ook met terugwerkende kracht vanaf 1990 of 1993 moet worden toegekend. De Raad baseert zich op medische adviezen die de hartklachten toeschrijven aan aanleg, leeftijd en risicofactoren zoals roken, en niet aan de oorlog.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd. Het beroep op omgekeerde bewijslast wordt verworpen omdat dit beginsel niet van toepassing is op psychische of lichamelijke klachten in verband met het overlijden van een ouder.
Ten aanzien van de ingangsdatum van de uitkering oordeelt de Raad dat appellant geen aanvraag in 1990 heeft gedaan en dat de aanvraag in 1993 alleen betrekking had op de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945. Er is geen verwijt aan verweerder en de Wuv biedt geen ruimte voor afwijking van de wettelijke ingangsdatum.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit dat hartklachten niet aan oorlogsomstandigheden kunnen worden toegeschreven wordt ongegrond verklaard.