ECLI:NL:CRVB:2011:BR1576
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.A.G. Vermeulen
- B.J. van de Griend
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep rechter op functie vicepresident inhoudelijk wegens onvoldoende competenties
Appellante, sinds 1987 rechter in de sector strafrecht, solliciteerde in mei 2009 naar de functie van vicepresident inhoudelijk (vpi). Na gesprekken en een beoordeling besloot het bestuur van de rechtbank Amsterdam haar niet voor te dragen wegens onvoldoende competenties en vaardigheden die voor deze functie vereist zijn.
Het bestuur baseerde dit oordeel onder meer op een evaluatiegesprek uit 2008, het beëindigen van haar opleidingswerk in mei 2009, en haar beperkte betrokkenheid bij het schrijven van promisvonnissen. Ook werd getwijfeld aan haar strafrechtinhoudelijke kwaliteiten. De Raad stelt dat het bestuur beoordelingsvrijheid heeft en dat de toetsing terughoudend is, gericht op de redelijkheid van het oordeel.
De Raad oordeelt dat het bestuur niet onredelijk heeft geoordeeld en dat de aangevoerde redenen, waaronder concrete voorbeelden, voldoende zijn om het vertrouwen in appellantes functioneren als vpi te ontbreken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit haar niet voor te dragen als vicepresident inhoudelijk wordt ongegrond verklaard.