ECLI:NL:CRVB:2017:1703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sollicitatieprocedure en afwijzing geambieerde functie bij Koninklijke Marechaussee
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, solliciteerde op een functie binnen het bureau van een defensiecentrum. Na oriëntatiegesprekken en het indienen van een schriftelijke visie werd appellant door een selectiecommissie ongeschikt bevonden voor de functie. De minister besloot de functie niet aan appellant toe te wijzen en verklaarde het bezwaar hiertegen ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de minister beoordelingsvrijheid heeft bij sollicitatieprocedures en dat toetsing terughoudend is. De Raad vond dat de minister en de commissie in redelijkheid tot hun oordeel konden komen, mede gelet op de inhoud van de gesprekken en het visiedocument.
Appellant stelde dat de selectieprocedure niet eerlijk en zorgvuldig was verlopen, onder meer vanwege onduidelijkheid over de opdracht en de betrokkenheid van commissieleden. De Raad verwierp deze bezwaren, stellende dat de procedure conform de handleiding was gevolgd en dat het advies van de voltallige commissie werd gedragen.
Verder oordeelde de Raad dat het niet noodzakelijk was de vacature opnieuw open te stellen, gezien de bijzondere omstandigheden en het feit dat appellant reeds op andere gronden ongeschikt was bevonden. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minister in redelijkheid tot afwijzing van appellant voor de functie kon komen.