ECLI:NL:CRVB:2011:BR1660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Toekenning IVA-uitkering en beoordeling overschrijding redelijke termijn WIA-procedure
Appellant had aanvankelijk een WIA-uitkering geweigerd gekregen door het Uwv, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn per 7 juni 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit. In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische beperkingen werden onderschat. Na een deskundigenrapport van prof. dr. Van Marle wijzigde het Uwv haar standpunt en kende zij een IVA-uitkering toe vanaf 7 juni 2006.
Appellant verzocht tevens om vergoeding van wettelijke rente en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad constateerde dat met het nieuwe besluit volledig aan het bezwaar was voldaan, maar dat de behandeling van het hoger beroep ruim vier jaar had geduurd, wat het vermoeden van termijnoverschrijding opleverde.
De Raad vernietigde de eerdere besluiten en de aangevallen uitspraak voor zover deze niet over proceskosten en griffierecht gingen. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Het onderzoek werd heropend om nader te beslissen over de schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken.
Uitkomst: Het Uwv wordt veroordeeld tot toekenning van een IVA-uitkering vanaf 7 juni 2006, vergoeding van wettelijke rente en proceskosten; het onderzoek wordt heropend voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.