ECLI:NL:CRVB:2011:BR1663
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek om voorlopige voorziening bij ontbreken hoger beroep
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft echter geoordeeld dat zij zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van het hoger beroep, waardoor het hoger beroep niet langer aanhangig is.
Volgens artikel 8:81 Awb Pro in verbinding met de Beroepswet kan de voorzieningenrechter van de Raad slechts een voorlopige voorziening treffen indien er een hoger beroep aanhangig is. Omdat dit niet het geval is, moet het verzoek om een voorlopige voorziening als niet-ontvankelijk worden verklaard.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.C. Bruning en uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2011.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig hoger beroep.