ECLI:NL:CRVB:2011:BR2411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens klachten niet direct gevolg van zwangerschap
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar van een werkneemster tegen de weigering van ziekengeld gegrond verklaarde. De werkneemster was arbeidsongeschikt na haar zwangerschap en ontving aanvankelijk een uitkering, maar het UWV stelde dat haar beperkingen niet langer direct verband hielden met de zwangerschap.
De rechtbank had het voordeel van de twijfel gegeven aan de werkneemster, mede op basis van medische verklaringen die spraken over bekkenklachten na de zwangerschap. Het UWV stelde echter dat de klachten voortkwamen uit al bestaande afwijkingen aan de SI-gewrichten, die niet direct door de zwangerschap waren veroorzaakt.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het standpunt van het UWV. De Raad concludeerde dat de beperkingen per 28 juli 2008 het gevolg waren van reeds bestaande sclerotische afwijkingen en niet van de zwangerschap of bevalling. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond, waarmee de weigering van ziekengeld werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld per 28 juli 2008 blijft in stand.