ECLI:NL:CRVB:2011:BR2415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering op grond van artikel 29b ZW voor werknemer met voorziening Wet WIA
Appellante vordert toekenning van een Ziektewetuitkering voor haar werknemer op grond van artikel 29b van de Ziektewet (ZW), omdat aan deze werknemer een voorziening is toegekend op basis van artikel 35 van Pro de Wet WIA. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft de uitkering geweigerd, omdat de werknemer niet als arbeidsgehandicapt in de zin van artikel 29b ZW kan worden aangemerkt.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en overwogen dat de wetgever met de invoering van de Wet WIA bewust de doelgroep van de no-risk-polis heeft beperkt. De voorziening op grond van artikel 35 Wet Pro WIA leidt niet tot het recht op een ZW-uitkering volgens artikel 29b ZW. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat geen expliciete toezeggingen zijn gedaan en incidentele fouten geen algemene rechtsgevolgen hebben.
De Centrale Raad van Beroep deelt deze visie en bevestigt de aangevallen uitspraak. De Raad benadrukt dat de wetgever de doelgroep limitatief heeft omschreven en dat een verruiming door de rechter niet mogelijk is. Het beroep op de Regeling indicatiestelling no-riskpolis en premiekorting UWV kan niet leiden tot een ander oordeel. De proceskosten worden niet aan het Uwv opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering op grond van artikel 29b ZW.