ECLI:NL:CRVB:2011:BR2431

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2934 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante, die sinds november 2005 ziekgemeld was en in juli 2006 een WAO-uitkering ontving, kreeg deze uitkering per januari 2008 ingetrokken nadat het UWV had vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%.

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende redenen waren om het besluit van het UWV aan te vechten, omdat de medische en arbeidskundige rapportages voldoende waren onderbouwd. Appellante ging hiertegen in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de motieven van de rechtbank en verwierp het hoger beroep.

De Raad zag geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te wijzigen en legde geen proceskostenveroordeling op. Hiermee blijft de intrekking van de WAO-uitkering in stand.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

10/2934 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 16 april 2010, 08/2075 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K. Houtsma, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2011. Appellante is met kennisgeving niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door M.J.H. Maas.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante heeft zich vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet in september 2006 ziek gemeld per 14 november 2005. Bij besluit van 16 november 2007 heeft het Uwv haar per 13 juli 2006 een uitkering toegekend ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
2.1. Na een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 19 november 2007 aan appellante meegedeeld dat haar arbeidsongeschiktheid per 9 november 2007 is afgenomen naar minder dan 15% en dat haar WAO-uitkering per 10 januari 2008 wordt ingetrokken.
2.2. Bij besluit van 14 mei 2008 heeft het Uwv, onder verwijzing naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 5 mei 2008 en de bezwaararbeidsdeskundige van
9 mei 2008, het bezwaar van appellante tegen het besluit van 19 november 2007 ongegrond verklaard.
3. De rechtbank is op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het door appellante ingediende beroep tegen het besluit van het Uwv haar van 14 mei 2008 ongegrond is. Er zijn volgens de rechtbank onvoldoende redenen om de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit voor onjuist te houden.
4. Appellante kan zich niet verenigen met deze uitspraak. Appellante verwijst naar haar gronden van bezwaar en beroep.
5.1. De Raad overweegt als volgt.
5.2. De Raad stelt vast dat in hoger beroep dezelfde gronden zijn aangevoerd als in beroep bij de rechtbank. Ten aanzien van deze gronden is de Raad van oordeel dat de rechtbank deze gronden afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom deze gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verwijst hiernaar.
5.3. Uit hetgeen is overwogen in 5.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van N.S.A El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2011.
(get.) J.P.M. Zeijen.
(get.) N.S.A. El Hana.
EV