ECLI:NL:CRVB:2011:BR2511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bedrijfskrediet en hoofdelijk aansprakelijkheid partner bij bijstand zelfstandigen
Appellante en haar toenmalige partner, die een onderneming exploiteerde, dienden gezamenlijk een aanvraag in voor bijstand en een bedrijfskrediet op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Het College van burgemeester en wethouders van Purmerend kende de bijstand toe en verstrekte een rentedragende lening, mede ondertekend door appellante als hoofdelijk medeschuldenaar.
Later vorderde het College de terugbetaling van het resterende leningbedrag wegens niet-nakoming van de terugbetalingsverplichting. Appellante werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld en haar bezwaar tegen deze terugvordering werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellante en haar partner ten tijde van de lening als een gezin werden aangemerkt, waardoor het bedrijfskrediet aan beiden gezamenlijk is verleend. De Raad verwierp het verweer van appellante dat zij niet betrokken was bij de activiteiten of onbekend was met de lening, mede gelet op haar ondertekening van de leningakte en gesprekken met een adviseur.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering en dat appellante hoofdelijk aansprakelijk is voor de lening. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de terugvordering van het bedrijfskrediet met hoofdelijk aansprakelijkheid wordt bevestigd.