ECLI:NL:CRVB:2011:BR2512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten schoolgaande kinderen
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan op grond van de WWB voor de reiskosten die zijn twee kinderen moesten maken om in Groningen naar school te gaan. De kinderen waren in juli 2007 bij hem komen wonen, maar gingen in Groningen naar school vanwege een reeds gemaakte schoolkeuze.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogezand-Sappemeer wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden noch noodzakelijk waren. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad stelde dat de kosten niet noodzakelijk waren omdat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden die deze kosten rechtvaardigden. De keuze om de kinderen in Groningen te laten schoollopen was niet dwingend, aangezien er geschikte scholen in de woonplaats aanwezig waren.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor reiskosten wordt bevestigd.